maandag 30 juli 2012

In de voetsporen van de Impressionisten (deel 2)


Dag 3 van onze reis was zaterdag 14 juli, de nationale feestdag  in Frankrijk, een dag waarop de meeste musea gesloten zijn. Het was daarom de bedoeling om die dag een aantal kleinere plaatsjes langs de Seine te bezoeken op verschillende wandelpaden langs welke er borden geplaatst zijn met daarop een afbeelding van het schilderij dat de respectievelijke impressionisten daar ter plaatse gemaakt hebben en met informatie over de schilder. Maar gezien het hele traject nogal uitgebreid was, wilden we de route van wandelpad tot wandelpad afleggen met de auto. Helaas… overal botsten we op wegversperringen die de wandelroute langs de Seine voor alle verkeer afsluiten op zon- en feestdagen. Na toch enkele keren tevergeefs te hebben geprobeerd, hebben we het opgegeven. De enige plaats die we met de auto konden bereiken, was “L'Île des Impressionists”  in Châtou waar zich la maison Fournaise bevindt en waar Renoir zijn fameuze “Le déjeuner des Canotiers” schilderde. Mooie locatie maar helaas omwille van de nationale feestdag waren ook hier het museum en het restaurant gesloten.
We zijn dan maar doorgereisd naar Vétheuil, één van de woonplaatsen van Claude Monet (mijn favoriet onder de impressionisten!),  waar we de Eglise de Notre-Dame hebben bezocht, de kerk die hij meer dan 60 x heeft geschilderd, en we brachten ook een bezoekje aan het graf van zijn eerste echtgenote, Camille Doncieux.
Dan zijn we verder gereisd naar Vernon om daar te overnachten in het statige Hotel de Normandy om de volgende dag al vroeg uit de veren te kunnen om als eerste te gaan aanschuiven voor wat voor mij persoonlijk het hoogtepunt van deze reis was (en nog is) : “La maison et les jardins de Claude Monet” in Giverny.
Vermits we er zo vroeg op de ochtend reeds waren, moesten we dus niet lang aanschuiven (we waren niet de eerste!) en konden we het domein bezoeken vóór de grote massa (vooral Engelsen en Japanners) toestroomde.  In het atelier met de grote glasramen om het licht te doen binnenstromen,  heeft men nu een gigantisch grote museumwinkel ondergebracht (Monet zou dit absoluut niet leuk hebben gevonden!) en om de tuinen en het huis te bezoeken of terug te verlaten, moet je langs deze winkel passeren.
Dan het huis : ik kan de emoties die mij overspoelden toen ik zijn zitkamer binnenkwam moeilijk beschrijven. De kamer was net zo ingericht als ze oorspronkelijk was : met copies van zijn schilderijen opgehangen rondom de hele kamer en met de oorspronkelijke meubels en chaise-longue.  De hele kamer ademde Monet uit. Op één of andere manier voelde ik me hier echt thuiskomen. Dan de rest van het huis : één groot kleurenpalet, alsof hij zijn tubes verf erover had uitgestrooid. De eetkamer in het geel, de keuken in het blauw en wit, de slaapkamers in diverse kleuren met de groene raamkozijnen. En dan overal die mooie Japanse prenten : gewoonweg prachtig! 
Helaas mochten we in het huis geen foto’s nemen, dus voeg ik hier maar enkele foto’s toe die ik op internet heb gevonden. De foto’s van de buitenkant en van de tuin zijn van mezelf.








En dan ging het verder in zijn tuin : een streling voor  het oog, prachtige kleuren, een schilderij op zich. En dat was ook waarvoor hij leefde en wat hij met zijn tuin probeerde weer te geven : licht en kleur.
Om zijn beroemde vijvertuin met waterlelies te bezoeken moet je even door een voetgangerstunnel de weg over. Ook daar weer hetzelfde gevoel van  thuiskomen. Twee bootjes lagen er verlaten bij op de vijver, een eendenechtpaar ondernam met de pasgeboren kleintjes de eerste zwempogingen, de waterlelies bloeiden zoals weleer…  Er was maar één element te veel in deze wondermooie watertuin : toeristen!  Maar toch heb ik er met volle teugen van genoten en de mooie beelden staan op mijn netvlies gebrand om ze te blijven herinneren.







Ondertussen was het al middag geworden, tijd voor een lekkere lunch in “L’ancien Hôtel Baudy”, het hotel  en café waar destijds de kunstenaars logeerden die Giverny bezochten, en waar zich aldus een hele kunstenaarskolonie nestelde. Het hotel dat nu alleen nog restaurant is, ademt nog steeds dezelfde 19de eeuwse sfeer uit en je krijgt er tegen brasserieprijzen een lekkere maaltijd voorgeschoteld.





Verder hebben we het graf van Claude Monet nog bezocht, een familiegraf waarin ook zijn tweede echtgenote Alice Hoschedé, zijn zonen en zijn stiefdochter Blanche begraven liggen.









In de late namiddag bezochten we nog het Musée A.G. Poulain te Vernon, waar enkele schilderijen van Monet maar ook van Blanche, zijn (lievelings-)stiefdochter en  -schoondochter (want ze was gehuwd met zijn zoon, haar stiefbroer).  Ook hier had ik naar uitgekeken want de schilderijen van Blanche zijn eerst en vooral minder bekend en ze zijn verspreid over verschillende musea. Ook hier hingen er maar enkele. Maar het verhaal van Blanche is voor een andere keer…
En zo was de dag weer goed gevuld en snel voorbij en reisden we door naar onze volgende 
slaapplaats : Honfleur.

Tot zover deel 2. De rest volgt later. 

Ik hoop dat jij lieve lezer op deze manier een beetje kan meegenieten van onze belevenissen. Ik heb er in ieder geval met volle teugen van genoten. Als je het leuk vindt, laat een reactie achter, dan weet ik dat je hier was.

Lieve groetjes,
Els

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen