donderdag 2 augustus 2012

In de voetsporen van de Impressionisten (deel 3)


Hallo lieve bloglezer!

Honfleur is één van dé pleisterplaatsen van de 19de eeuwse Impressionisten geweest. Dit Normandische havenstadje oefende een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de schilders uit om er fabelachtige haventaferelen en zeegezichten te gaan schilderen.




Ook vandaag de dag is Honfleur nog altijd een leuke plek. Het is er wel heel druk vanwege de vele toeristen maar het stadje heeft wel iets. Le Vieux Bassin (de oude haven) hebben we kunnen bewonderen in een prachtige avondzon en af en toe dwaalden we af in de kleinere straatjes met de karakteristieke Normandische gebouwen. Het is echt de moeite waard om even je tijd te nemen om ook de stilte van deze oude straatjes op te zoeken, weg van de drukke overvolle restaurants.



’s Anderendaags bezochten we “La Maison Erik Satie”, het geboortehuis van deze 19de eeuwse musicus en componist, die door de maatschappij als een buitenstaander werd beschouwd en die doorging voor een “kolderieke zonderling en provocateur” ,  en waarin een al even eigenzinnig museum is ingericht dat hem alle eer aandoet. Niettemin heeft hij grote invloed gehad op andere componisten zoals o.a. Debussy en Ravel.

Van daaruit ging het verder naar Le Havre waar we het “Musée André Malraux“  bezochten,  een zeer modern museum met een gigantische collectie van Boudin (de grootste collectie in de wereld)  en van diverse andere Impressionisten (de tweede grootste collectie na het  Musée d’Orsay in Parijs). Hier werden we toch wel eventjes stil van!  De collectie van Boudin werd op 1 grote wand gepresenteerd, en echt … je kon er naar blijven kijken!
Le Havre zelf als stad stelt jammer genoeg niet zo veel voor, maar dat hadden we ook niet echt verwacht. Op aanraden van onze gastheer in de B&B waar we verbleven, bezochten we nog de Sint Jozefkerk die vanwege haar uitzonderlijke architectuur aan de buitenkant weliswaar niet uitnodigend is maar ons totaal verraste met haar binnenzijde : een enorme lichtinval die door de ramen van de conische toren binnenvalt in soort van auditorium, alsof je in een moderne versie van een Romeinse arena staat. Als afsluiter van ons bezoek aan Le Havre kon dit wel tellen. Dank je wel lieve gastheer van Villa Neustrie!




Van Le Havre ging het verder langs de kust richting Etretat, Yport en Fécamp, bekend om hun krijtrotsen en weerom trekpleisters voor de Impressionisten om er hun schildersezels te installeren en de prachtigste zeegezichten op doek te vereeuwigen.  En ik begrijp heel goed waarom de Impressionisten deze plaatsen uitkozen om er te schilderen : het is er zó mooi. Je kan er uren naar blijven kijken. We hadden tot dan toe geluk met het weer (terwijl het in België pijpenstelen regende naar het schijnt) en ook die dag lag het (keien)strand er badend in het zonlicht bij. Ook hier stonden langs de promenade weer infoborden met copies van de schilderijen en info over de betreffende schilder.





Zo “slenterden” we verder met de auto via Les Petites Dalles en Sassetôt (waar het kasteel – zeg maar buitenverblijf –  van keizerin Sissi werd omgevormd tot een hotel en niet meer bezocht kan worden, behalve als je er wil overnachten) richting noorden tot Saint-Valéry-en-Caux waar we overnachtten om dan de volgende dag verder te reizen naar Varengeville-sur-Mer  waar we Le Bois de Moutiers bezochten, een immens park  dat volgens “1000 plekken in Frankrijk die je moet gezien hebben” een zeer mooi theesalon zou hebben, maar dat helaas reeds 5 jaar gesloten is, zo constateerden we ter plaatse. Jammer! Het park op zich is wel de moeite waard, maar we misten toch het extraatje van de ons in de reisgids beloofde thee. 


Ook de Manoir d’Ango, een in de 16de eeuw in renaissancestijl opgetrokken landhuis (zeg maar klein kasteel)  met zijn beroemde duiventil wisten we wel te smaken. 



En ook het kerkhof “met zicht op zee” waar de 20ste eeuwse schilder Georges Braque (medegrondlegger van het kubisme) begraven ligt, moest er aan geloven. Hier zou ik ooit ook wel begraven willen liggen… wat een uitzicht!





Via Dieppe (dat we letterlijk links lieten liggen) reisden we naar Le Tréport, maar we bezochten het véél mooiere “Mers-les-Bains” met zijn wondermooie kleurrijke woningen langs de strandpromenade waar we net enkele dagen te vroeg waren voor het “10ième Fête des Baigneurs”, een feest ter ere van de baders dat steeds gehouden wordt tijdens het 4de weekend van juli en waarbij iedereen zich verkleedt in Belle-Epoque-stijl.  De markkramers waren nu al druk doende om hun (zelfgemaakte?) vintagekleding in hun kraampjes aan de man of vrouw te brengen.  Dit veelbelovende spektakel moeten we zeker eens op ons programma zetten voor een volgende vakantie!




Tot zover, lieve lezer, deel 3.  Om dit deel niet te lang te maken volgt later nog een klein laatste deel  4. Ik hoop dat jullie er net als ik weer van genoten hebben.  Bedankt in ieder geval om mijn blog te bezoeken!
Groetjes,
Els


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen